Afstand nemen

Ingediend door Irmgard
on
0
No votes

Het inschatten van afstanden vergt enige oefening, maar is zeker de moeite waard – vooral bij oriëntatielopen en bij activiteiten in de buitenlucht.

Wedden dat je de lengte van vijf achter elkaar geplaatste 50-Räppler niet tot op 10 mm nauwkeurig kunt schatten?

Dit artikel is afkomstig uit het tijdschrift „Forum“ en is hieronder als pdf bijgevoegd.

Oriënteren

Niet alleen – maar ook – bij een oriëntatieloop is het ontzettend handig als ik een afstand van tevoren kan inschatten. Wie loopt er nu graag terug, alleen maar omdat de paslengte niet goed is ingeschat?
Het inschatten van afstanden vereist, naast een goede maatstaf, veel oefening. De volgende tips helpen jou (en ook de kinderen in je outdoorprogramma) om je beter te oriënteren en tijdens een oriëntatieloop niet al te vaak te ver te lopen.

Afstand nemen

Uit het dagelijkse leven bij de jeugdclub weten we: Norda staat voor noorden – oriënteren – richting – dromedaris – op en neer. Natuurlijk staat de dromedaris voor afstand: niet alleen de richting en de hoogte zijn belangrijk, maar ook de juiste afstand is van cruciaal belang. (zie ook Forum-Kind, nr. 2/2006: „Van A naar B“ en „Inleiding tot oriëntatielopen“ in de download)

Beter leren inschatten

Om je eigen schattingen te verbeteren, is het handig om een afstand (of ook een hoogte of een gewicht enz.) op te splitsen in kleinere (eventueel even grote) eenheden. Het is bijvoorbeeld veel eenvoudiger om de diameter van een muntstuk van 50 rappen te schatten dan de lengte van alle vijf vijftigers.

Maar ook het ‘inperken’ met behulp van een maximale en minimale lengte helpt om de schattingsfout beter onder controle te houden.

Houd er ook rekening mee dat bij goed zicht en met de zon in de rug afstanden vaak te kort worden geschat, en bij slecht weer te lang.

Methodenalfabet Afstanden

A als in 'oogkracht'

Echt grote afstanden kun je het beste inschatten met behulp van het gezichtsvermogen. De volgende tabel helpt je om bij normale verlichting een goede schatting te maken op basis van de zichtbaarheid:

  • 15 km Kasteel, kerktoren, antenne
  • 7 km huis, schuur
  • 3 km rijdende auto's
  • 1,5 km groep mensen, auto’s
  • 1 km enkele boom, koe
  • 700 m een persoon uit de groep
  • 500 m kleur van kleding
  • 300 m gezicht als lichte vlek
  • 200 m details van de kleding
  • 100 m ogen als donkere vlekken
  • 50 m ogen, mond, neus

B staat voor beenwerk

Niets is zo eenvoudig als een afstand afleggen door te lopen. Daarvoor moet je echter je paslengte goed kennen. Leer het aantal stappen voor een afstand van 100 m op de weg, bergop en bergaf, en in looppas goed uit je hoofd. Je zult deze afmeting steeds weer kunnen gebruiken.

C als in knal

Het geluid legt per seconde ongeveer 330 m af. Door de seconden te tellen tussen de hamerslag en de knal, kun je eenvoudig berekenen hoe ver weg de boer zijn nieuwe hek plaatst. 

D als in Duimsprong

Het correct toepassen van de duimafstand is waarschijnlijk een van de mooiste ervaringen voor een jeugdscout: strek je arm helemaal uit en kijk tussen welke punten aan de horizon je duim ‘springt’ als je afwisselend met je rechteroog en je linkeroog kijkt. De geschatte ‘sprongafstand’ vermenigvuldig je met 10 en je weet meteen de geschatte afstand tot het object.

Methodenalfabet Hoogtes

E als in 'een schaduw'

De hoogte van een boom bij zonneschijn bereken je met een regel van drie: Max is 1,5 m lang en – als Max stil staat – is zijn schaduw 2,2 m lang. De schaduw van de boom is 30 m lang. De boom is dus 30 m / 2,2 m x 1,5 m = 20,5 m hoog. Bij slecht weer is de boom (hopelijk) helemaal niet zichtbaar.

F als in de valwet

De hoogte van een brug bereken je het gemakkelijkst door de valduur van een steen in de beek te meten. Vermenigvuldig de tijd in seconden met zichzelf en vervolgens met 5, dan krijg je de hoogte: 2 seconden valtijd levert 2 x 2 x 5 = 20 m hoogte op. Gebruik voor dit experiment geen veer...!

Ik wens je veel succes en weinig „retouren“ bij je volgende oriëntatieloop. 

Bronvermelding